De Alleenoplosser

Het is zondagavond. Ik wil boven iets halen en druk op het lichtknopje in de gang. Het blijft donker. In de meterkast zie ik dat er een aardlekschakelaar uitgeklapt is. Ik zet deze weer om en hoor zacht geknetter bij de plafondlamp in de gang. Dat klinkt niet goed. Even rustig en logisch nadenken.

Ik haal de stroom er weer af, pak een trapje en haal de plafondlamp los. Water druppelt naar beneden. Een lekkage. In een stroompunt. Dikke vette HELP. Wat nu? Het eerste wat ik kan bedenken is dat ik mijn buurman om hulp kan vragen. Die is goed met stroom. Maar die zit natuurlijk ook net lekker op de bank een serie te kijken. Dat wil ik niet verstoren. Het is de stem van mijn Alleenoplosser. Ik weet dat ik mag vragen en ontvangen. Waarom stapt mijn Alleenoplosser er dan tussen?

De Allleenoplosser wil niet lastig zijn, niet afhankelijk, niet zwak, niet zeuren. De Alleenoplosser wil sterk zijn en vindt dat ie het gewoon moet kunnen. Mijn verstand weet: spot nooit met stroom, water en kortsluiting. Heel gevaarlijk. De Alleenoplosser zet ik toch even aan de kant en ik app mijn buurman. ‘Als je toevallig thuis bent….zou je dan…’

Binnen 5 minuten staat hij voor de deur. Met een Makitabouwlamp en een paraplu omdat het keihard regent. Stroom eraf, draadjes gescheiden, alles veilig voor nu. Precies boven het stroompunt zit de douchegoot. Vergane kit. Toevallig kan hij ook heel goed kitten. Mijn Alleenoplosser probeert nog te zeggen dat het niet hoeft. Wil hem niet tot last zijn. Ik voel aan alles dat het verstandig is om zijn kitaanbod wel aan te nemen. Dit moet opgelost worden.

Die avond schraap ik op mijn knieën kit uit de randjes tot het echt bedtijd is. De avond daarop is mijn douche weer superstrak gekit, een vakman kan er niet tegenop. Mijn buurman zei dat hij kitten heerlijk vindt om te doen. Win-win. Mijn Alleenoplosser sputtert nog wat na. Ik denk terug aan het moment toen ik besloot te mogen leunen in collectieve draagkracht. En hoe ingewikkeld ik het vond om me te laten dragen.

Je bent niet alleen

Toen Matthijs de diagnose uitgezaaide darmkanker kreeg, belandde ik in momenten die ik nauwelijks kon dragen. Toch moest ik overeind blijven. Ik droeg Matthijs, onze kinderen, de situatie, mensen om ons heen, mijn werk en o ja, ook mijzelf. Middenin de gekte van de Covidpandemie. Ik leefde met de angst dat als ik in zou storten, alles om mij heen verzwolgen werd. Ik leefde in een illusie van hoop, grip en controle in een situatie die schreeuwde om overgave. 

Op een ochtend onder de douche werd het teveel. Ik huilde en huilde in een alles overheersende wanhoop. Help me, help me…bleef ik herhalen. Tegen wie of wat weet ik niet. Plotseling was ik omringd met liefde. ‘Je bent niet alleen’, was wat bij me binnen kwam. Steeds opnieuw. ‘We zijn bij je, je wordt gedragen’. Ik voelde ondanks alles een diep vertrouwen in het leven zelf. Wat er ook gebeurt, hoe het ook loopt, ik ben niet alleen. Tranen van wanhoop werden tranen van ontroering en dankbaarheid dat ik dit mocht ervaren.

Collectieve draagkracht

Wie of wat het geweest is, kent voor ieder wellicht een ander woord of omschrijving. Voor mij was dit een boodschap vanuit het licht, mijn gidsen. Door het voelen en ervaren van de collectieve draagkracht durfde ik voorzichtig te ontvangen en te leunen. Deze collectieve draagkracht komt niet alleen vanuit het licht, het is ook aards aanwezig in de relaties met de mensen om mij heen in een wijdere kring dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Ik leerde me over te geven aan ontvangen zonder dat ik meteen hard aan het werk ga in de relatie om direct iets terug te geven. Dat hoeft namelijk niet altijd in periodes waarin je veel draagt. Collectieve draagkracht is onbaatzuchtig in het moment. Het is voorwaarts geven en zit in kleine dagelijkse dingen:

Gewoon dankjewel zeggen als iemand iets komt brengen aan de deur.

Alleen zwaaien en doorfietsen als je geen behoefte hebt om te praten op straat.

Een uitnodiging voor een dagje welness aannemen om te ontspannen.

Zeggen dat het even niet gaat, als iemand vraagt hoe het vandaag is.

In de luwte van je teamgenoten mogen werken zodat je tijdelijk uit de wind blijft en kunt rouwen.

Kaarten en bloemen aannemen zonder allemaal bedank-appjes te sturen.

Vrienden en familie inschakelen voor advies, praktische hulp en klusjes.

Aanwezig mogen zijn inclusief verdriet in je hart.

Voorwaarts geven

Nu, anderhalf jaar na het overlijden van Matthijs, voel ik weer voldoende levensenergie om voorwaarts te geven. De tijd komt weer dat ik bij kan dragen aan collectieve draagkracht voor anderen. En op momenten dat dit even niet lukt mag ik leunen en ontvangen. Ik ben niet alleen. Jij die dit leest, bent nooit alleen.


Reacties

Deel jouw ervaring