Op eigen benen staan


Toen de wereld tot stilstand kwam door Covid, kwam ook ons gezinsleven abrupt tot stilstand. Mijn man – vader van onze kinderen – kreeg de diagnose uitgezaaide darmkanker. Vanaf dat moment wist ik dat ons leven nooit meer zou worden wat het was. De plaatjes die ik had van volwassen kinderen, samen op reis en opa en oma worden spatte in stukken uiteen. Samen oud worden zat niet in de statistieken.


Er was direct een diep weten: als ik hem zou verliezen, moest ik verder op eigen benen. Hoe dat zou moeten, wist ik niet. Nooit eerder ervoer ik zo’n intens samenvallen van tegengestelde gevoelens. Intuïtief aanvoelen waar ik niet naartoe wilde, en tegelijkertijd de gedwongen overgave aan een onvermijdelijk afscheid. Angst, wanhoop, verdriet, eenzaamheid en woede liepen door elkaar heen. Ik viel samen met wat ik voelde en raakte alle houvast kwijt in dat grote niet weten.

Alles raasden door mijn lichaam. Gedachten riepen emoties op, emoties riepen gedachten op. Een eindeloze cirkel. Mijn gevoelens waren zo overweldigend dat ik dacht dat ik grip zou verliezen als ik ze toe zou laten. Nog meer grip verliezen kon nu écht niet. Ik moest overzicht houden, handelen, redden, regelen, oplossen. En ik wist door eerdere ervaring: gevoel wegdrukken is het groter maken. Ik wist dat als ik ermee in de stilte ging zitten het gevoeld wilde worden en zou verzachten.

Ik ging zitten. In stilte. Angst meldde zich. In mijn buik. Het kroop omhoog naar mijn hart en keel, verkrampte en kneep. En het verzachte. Ik kreeg weer een beetje lucht. Ik was er nog.

Gaandeweg leerde ik – stap voor stap – om mijn gevoelens waar te nemen en te laten passeren, hier en nu. Zonder erin te verdwijnen. Juist in die beweging ontstond ruimte: om aanwezig te blijven, niet samen te vallen met wat er gebeurde en iets van mijn rustige zelf te bewaren temidden van de chaos en onzekerheid.

Vervloeien

Waar ik vervloeide met mijn gevoelens, vervloeide ik ook met zijn ziek-zijn. Hoe het met hem ging, zo ging het met mij. Tot ik langzaam doorkreeg: hij is ziek, ik niet. Ik sta ernaast. Ik ben partner van iemand die ziek is. Dat is mijn plek.

Ik leerde onderscheiden wat van hem was en wat van mij. Ik nam mijn eigen plek weer in, leerde mijn energie bewaken en mijn lichtheid bij me houden. Niet te verwarren met egoïsme, maar zodat hij zich eraan kon optrekken. Ik leerde mezelf dragen zodat hij kon leunen als het even niet meer ging. Verantwoordelijk te zijn voor mijn eigen gedachten, emoties, gevoelens, energie en spirit. Wetende dat ik verder zou leven als hij hier niet meer zou zijn.

Onderweg vielen alle opgebouwde laagjes tussen ons weg. Wat overblijft is universele liefde. Tijdloos en nog steeds voelbaar. Het maakte ruimte om het aardse afscheid werkelijk aan te gaan. Met diep wederzijds respect.

Nu, ruim een jaar later, helpt het mij om niet te vervloeien met mijn verhaal, mijn rouw en het verlies. Ik voel, neem waar, uit emoties en het passeert. Tegelijkertijd mag ook goed met me gaan op momenten of dagen dat ik me fijn voel. Ik mag ook lachen, plezier hebben en de lichtheid omarmen. Ik sta op eigen benen.


Reacties

Deel jouw ervaring